Tour-de-france-nederland

Tourstart en z’n impact

Begin juli waren alle ogen in de wielerwereld op Nederland gericht. De Grand Départ van de 102de editie van de Tour France vond dan namelijk plaats in Utrecht. 5 jaar nadat de stad als finishplaats voor de Ronde van Italië fungeerde, kwam de Tour de France voor de zesde keer terug naar Nederland. Toen Utrecht in 2010 als aankomstplaats van de prestigieuze wedstrijd fungeerde, zorgde dit voor een economische impact van tussen 4 en 7 miljoen euro. Nu zou de tourstart volgens een onderzoek van ING Economisch Bureau voor een stimulans van bijna 34 miljoen euro gezorgd hebben. Overheid, sponsors, journalisten en wielerploegen zorgden gedurende 2 dagen voor extra inkomsten voor allerhande lokale ondernemers. Zoals altijd zijn het vooral horecazaken die van de tourstart profiteerden, maar ook de detailhandel, vervoersbedrijven en hotels zagen hun inkomsten flink stijgen.

De grootste bron van inkomsten waren de bestedingen van de talrijk aanwezige bezoekers. Zowel op de dag dat de Tour in de stad plaatsvond, als op de dagen voorafgaand aan de start, wanneer er tal van evenementen plaatsvonden. Ondernemers speelden uiteraard handig in op het grote feest door rond de happening met speciale acties te komen. Een speciaal ‘Tour”-bier, exclusieve fietsbellen en koffiemokken zijn maar enkele voorbeelden hiervan. In totaal zou de economische impact van de tourstart, voor de gemeente Utrecht, een kleine 33,7 miljoen euro bedragen.

Voor de hoofdstad van de kleinste provincie in Nederland betekent dit dat het organiseren van de Grand Départ ruim voldoende return on investment had. De extra bestedingen die het evenement losmaakte hebben de investeringen ruimschoots overtroffen, aldus ING-econoom Edse Dantuma. Toch zal de economisch draagwijdte van de tourstart dit jaar naar alle waarschijnlijkheid beduidend lager zijn dan in Yorkshire 2014. Daar was de impact voor de regio 48 miljoen euro per dag, wat een indrukwekkend verschil van bijna 15 miljoen euro is.

Minder overnachtingen en bezoekersbestedingen in Utrecht

In eerste instantie is er groot verschil in bezoekersbestedingen. Die waren in 2014 dubbel zo groot als de uitgaven in Utrecht dit jaar. Ook het aantal bezoekers was tijdens de voorbije tourstart beduidend hoger. Daarnaast lag dit jaar ook het bedrag dat bezoekers dagelijks uitgaven bijna 10 euro per persoon per dag lager. Een kleiner aantal bezoekers en minder uitgaven per bezoeker resulteren dus in een indrukwekkend verschil in vergelijking met vorig jaar.

In tweede instantie is er een beduidend verschil in inkomsten uit overnachtingen, die ook in Yorkshire veel hoger zijn dan in Utrecht. Men vermoedt dat de 35.000 slaapplaatsen uit Utrecht en omstreken ongeveer 2 miljoen euro in het laatje van de lokale hotels, B&B’s en ‘Tour de France’ campings brachten. Een slaapplek zou volgens deze berekeningen gemiddeld 57 euro per persoon per nacht opleveren. In 2014 was de gemiddelde kostprijs van een slaapplek 66 euro per nacht. Daarnaast kon men in Yorkshire 4 keer zoveel slaapplaatsen aanbieden waardoor de inkomsten uit overnachtingen bijna 10 miljoen euro bedroegen.

Een ander opvallend verschil tussen beide jaargangen is de economische bijdrage van overheid en sponsors. In Utrecht bedroeg het aandeel van deze 2 groepen net minder dan 50% terwijl dit in Yorkshire slechts een kleine 10% was. In Utrecht werden dus vooral investeringen van de gemeente Utrecht en bedrijven uit de buurt aangewend terwijl Yorkshire daar veel minder afhankelijk van was.

De succeseditie uit 2014, die door Christian Prudhomme (General Director van de Tour de France) werd omschreven als de grootste Grand Départ ooit, zal niet snel geëvenaard worden. Utrecht kon daarentegen wel spreken van een mooie tourstart. De vreugdevolle sfeer, het mooie weer en de goede prestatie van Tom Dumoulin zorgde in ieder geval voor een spetterende Grand départ.